Rob Koops (1973) is geboren in Enschede en getogen in Zwolle. Hij studeerde Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Met als specialisatie Toegepaste Communicatiewetenschap. In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap schreef hij in Den Haag zijn afstudeerscriptie over de rol van de publieke omroep in de democratie. Na zijn studie was hij werkzaam bij de Media Academie in Hilversum. Waar hij vertrouwd raakte met het maken van films. De afgelopen twaalf jaar is hij als zelfstandig ondernemer actief als dagvoorzitter en filmer. En sinds kort… kinderboekenschrijver. Of kinderboektyper. Nou ja, in elk geval, zijn boek De Raadselbreker staat op de lijst van de Boekenbingo!

Hoe ben je met schrijven begonnen?

Ik ben ruim tien jaar geleden begonnen met een kinderboek te schrijven. Dat ging met vallen en opstaan. Ik ben nu 50 jaar. Dus als je snel rekent… euh dan was ik… rond de veertig.

Wilde je altijd al schrijver worden?

Nee, vroeger wilde ik heel graag kok worden. Maar dat is dus eigenlijk helemaal niets voor mij. Als kok moet je vaak tot laat in de avond werken en ik ben juist een ochtendmens.

Wat vind je leuk aan het schrijven?

Het allerallerallergaafste aan schrijven vind ik dat ik de baas ben in mijn eigen boek. Ik kan lekker bepalen wat de personages doen en wat niet (alhoewel ze soms ook een loopje met me nemen, omdat ze dan ineens andere plannen hebben dan ik als schrijver) Maar stiekem vind ik dat ook heel erg leuk, want dat maakt schrijven (naast hard werken) ook magisch.

Waar haal je je inspiratie vandaan?

Eigenlijk sta ik de hele dag ‘aan’. Dus alles kan een inspiratiebron voor mij zijn. Van een gesprek dat ik opvang bij het koelvak in de supermarkt, een grappig artikel in de krant, onze kat die lekker ligt te luieren op de verwarming tot mijn dochters die iets bijzonders hebben meegemaakt op hun school.

Hoeveel uur schrijf je per week?

Ik probeer elke dag een paar uur te schrijven (of eigenlijk type ik). Marcel van Driel heeft me geleerd dat de meeste kinderboekenschrijvers eigenlijk kinderboekentypers zijn. En eigenlijk ben ik dus een kinderboektyper, want ik heb op dit moment één boek geschreven.

Waar ben je op dit moment mee bezig?

Met deel II van de OERBLOED trilogie en dat gaat De Schaduwsluiper heten. En dat wordt (het kan bijna niet) nóg spannender dan deel I. Meer kan ik er natuurlijk niet over verklappen…

Heeft schrijven jouw leven veranderd?

Ja 100%! Want sinds ik kinderboekenschrijver ben, heb ik een heleboel leuke en interessante mensen mogen ontmoeten. Andere kinderboekenschrijvers zoals Sanne Rooseboom, Pieter Koolwijk, Jozua Douglas, Chinouk Thijssen, Tom Rijpert en nog veel en veel meer. Maar ook juffen, meesters, bookbloggers en podcastmakers. En het allerleukste is dat ik met mijn Mini Oerbloed Museum op heel veel basisscholen mocht vertellen over mijn boek en over waarom lezen zo belangrijk is.

Hoe verwerk je maatschappelijke thema’s in je boeken?

Naast dat ik het leuk vind om spannende verhalen te schrijven, vind ik het ook belangrijk om de lezers een boodschap mee te geven. Zoals dat elk mens uniek is en dat wij allemaal gelijk zijn. Of waarom echte vriendschap belangrijk is. En over jezelf durven zijn. En nog veel meer.

Wie zijn jouw favoriete kinderboekenauteurs en waarom?

Ik was als kind fan van Thea Beckman. Toen ik bijvoorbeeld Hasse Simonsdochter las, voelde het net alsof ik erbij was in de middeleeuwen. Echt heel knap gedaan. Ik hoop dat kinderen dat ook met mijn boek hebben. Want dát maakt het lezen van boeken zo bijzonder.

Hoe gaat het schrijven van een boek bij jou in zijn werk? Bedenk je van tevoren het hele verhaal, of begin je en kijk je waar je uitkomt?

Allebei eigenlijk. Dat loopt door elkaar. Dus de grote lijnen bedenk ik maar onderweg laat ik me graag verrassen. Zo blijft het schrijven voor mijzelf ook spannend.

Op welk boek ben je zelf het meest trots en waar ligt dat aan?

Haha, dat is makkelijk! De Raadselbreker natuurlijk. Maar ja, dat is logisch want ik heb nog niet meer boeken geschreven.

Wat is je favoriete boek uit de Boekenbingolijst?

Dat is natuurlijk Het pad van de roverkoning van mijn boekbroeder Tom Rijpert. Ik ben heel trots op hem dat hij zo’n spannend en vet boek heeft geschreven. (Kobold is trouwens mijn favoriet)

Welke tips heb je om kinderen aan het lezen te krijgen?

Heel simpel: lees gewoon elke dag minimaal 5 minuten dan heb je altijd meer gelezen dan wanneer je die dag niets zou lezen. Oh ja en lees De Raadselbreker van Rob Koops… grapje. Nee, lees juist boeken die JIJ leuk vindt!

Wat is de allerleukste reactie die je ooit van een lezer hebt gekregen?

Een vriendin stuurde me onlangs een appje dat haar zoon bij het ontbijt maar liefst twee boterhammen met chocopasta had gegeten, want regels zijn om te breken. Dat had hij geleerd van Obbe uit De Raadselbreker.

Wist je dat ik…

…in mijn boek De Raadselbreker een aantal nieuwe woorden heb verzonnen? Zoals langlenen, onverliefd zijn en thuispijn. Wat die woorden precies betekenen moet je maar zelf lezen in mijn boek, haha.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *