Al zo lang als ze zich kan herinneren, is Ruby bezig met het schrijven van verhalen. Als kind waren dit kleine verhaaltjes over vreemde werelden en rare wezentjes waar ze zelf de tekeningen bij maakte. Ze verzon toneelstukjes die ze samen met haar broertje opvoerde en vond het heerlijk om zelf te bedenken hoe de verhalen die haar moeder voorlas verder zouden gaan.

Nadat ze in 2015 en 2017 moeder werd van een zoon en een dochter, werd haar interesse in kinder- en jeugdboeken weer aangewakkerd en eind 2017 begon ze weer actief te gaan schrijven. Ze begon met een heel aantal verhalen, maar het duurde een tijdje voordat ze er ook daadwerkelijk een helemaal af maakte. Sahana en De Grote Race zijn de eerste twee boeken die zijn uitgegeven. Afgelopen jaar heeft ze voor het eerst een voorleesboek geschreven voor jongere kinderen; Abel en Lot gaan verhuizen dat is opgenomen in de Boekenbingo. Tijd om Ruby beter te leren kennen! Lees je mee?

Hoe ben je begonnen met schrijven?

Ik heb altijd al geschreven. Lezen en schrijven waren dan ook mijn favoriete vakken op school. En met schrijven bedoel ik verhalen schrijven, niet netjes schrijven, daar had ik een hekel aan.
Toen ik kinderen kreeg begon ik af en toe voor het slapen gaan verhaaltjes te verzinnen in plaats van voor te lezen. Vanuit daar heb ik het schrijven weer opgepakt.

Wilde je altijd al schrijver worden?

Als kind wilde ik heel graag schrijver worden (en kinderarts en juf en ik wilde mijn eigen manege). Ik wist in ieder geval zeker dat ik iets met kinderen wilde gaan doen. Op de middelbare school verdween het schrijven een beetje naar de achtergrond. Ik ben uiteindelijk kinder- en jeugdtherapie gaan studeren en heb mijn eigen praktijk. Maar nu kan ik kinderen helpen en ben ik schrijver, en dat is de allerleukste combinatie.

Wat vind je leuk aan het schrijven?

Ik vind het leuk dat alles mogelijk is. Ik kan alles verzinnen, een heleboel dingen mis laten gaan en er daarna voor zorgen dat het toch allemaal weer goed komt.

Waar haal je je inspiratie vandaan? En wat doe je als jouw inspiratie stokt?

Eigenlijk overal. In ‘Abel en Lot gaan verhuizen’ staan veel verhaaltjes die een basis hebben in het echte leven. Een heel aantal van de gebeurtenissen maakt eigenlijk elk kind wel mee. Bijvoorbeeld de waterpokken, een schoolreisje of nieuwe schoenen kopen.
Nieuwe ideeën krijg ik vaak in de auto! En het voordeel is dat ik voor verschillende leeftijden schrijf en vaak met meerdere projecten bezig ben, dus als de inspiratie bij het ene verhaal stopt, gaat het vaak bij een ander verhaal weer verder.

Hoeveel uur schrijf je per week? Heb je een vaste routine?

Dit wisselt heel erg. Ik schrijf vaak in korte stukjes. Tussen mijn werk door of als ik een ochtend vrij heb. Dit kan een half uur per week zijn of vier uur. Maar als ik bezig ben met een verhaal, dan is het verhaal wel bijna constant in mijn hoofd aanwezig. Dan bedenk ik dingen die de personages tegen elkaar moeten zeggen of dingen die er zouden kunnen gebeuren. Zodra ik dan achter mijn laptop zit, schrijf ik ze snel op.

Hoe verwerk je maatschappelijke thema’s in je boeken?

Ik spreek voor mijn werk elke dag kinderen en dan hoor ik veel over wat hen bezighoudt. In ‘Abel en Lot gaan verhuizen’ heb ik daarom geschreven over een vader en moeder die gescheiden zijn. Veel kinderen hebben tegenwoordig gescheiden ouders en in veel boeken is er dan ruzie. Ik wilde graag schrijven over een scheiding waarbij de ouders samen in goede verstandhouding voor hun kinderen kunnen zorgen.

Welke tips heb je om kinderen aan het lezen te krijgen?

Laat kinderen de boeken lezen waar ze blij van worden. Het maakt niet uit of het literair is en leerzaam of juist het tegenovergestelde. Ga als uitstapje naar de bibliotheek op zoek naar thema’s die aanspreken. Lees samen de eerste paar bladzijden voor het slapen gaan en zeg dan dat ze mogen kiezen of ze willen gaan slapen of stiekem nog even verder willen lezen.

Wat is de allerleukste reactie die je ooit van een lezer hebt gekregen?

Ik vin eigenlijk alle reacties leuk. Maar een tijdje geleden kreeg ik een mail van een moeder over ‘De legendes van Li en Nao’. Ze schreef: Dankjewel voor de mooie boeken over Li en Nao. Voor mijn 10-jarige half-Taiwanese dochter komt hiermee het land van haar vader tot leven. De combinatie kan voor haar niet beter. Nederlandse kinderen in Taiwan en dan ook nog in een spannend verhaal met puzzels. Als er ooit een derde deel komt schaffen we die zeker aan.

Dat vond ik ontzettend leuk om te lezen. Mijn eigen neefje en nichtje zijn ook half Taiwanees en ik hoop dat zij als ze wat ouder zijn deze boeken ook met veel plezier gaan lezen!

Wist je dat ik…

  • net als Abel en Lot kippen heb? In onze tuin lopen drie zijdehoentjes rond. Pip, Fluffy en Luus.
  • toen ik zeven was mijn eerste ‘boek’ schreef? ‘Floortje en de Inko-Dinko’s’ was ongeveer zeven bladzijden lang en ik had zelf de tekeningen erbij gemaakt.
  • nog steeds best vaak fouten maak in de werkwoordspelling? D, t of dt. Ik weet het vaak gewoon niet.
  • voorlezen aan groepen kinderen het allerleukst vind? Maar als er een camera op me gericht wordt ga ik stotteren en word ik knalrood.
  • ooit graag een liedje zou willen schrijven voor Kinderen voor Kinderen?
  • heel erg graag in hoge achtbanen ga, maar absoluut niet in een spookhuis durf?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *